Ons blog

Ons blog

Pensioen

AlgemeenPosted by G.v.Woudenberg 07 Jun, 2017 14:50:06

Pensioen

Pensioen, wat is dat eigenlijk. Volgens de dikke van Dale is het: periodieke uitkering aan werknemers die stoppen met werken omdat ze een bep. leeftijd hebben bereikt: met pensioen gaan.

Nou ik heb het bereikt! Na 48 jaar en 10 maanden werken –lees buffelen- mocht ik van een welverdiend pensioen gaan genieten. Ik wist niet dat ik zo’n warm afscheid van mijn collega’s zou krijgen. Vele cadeaus en cadeaubonnen en diverse welgemeende flessen lekkers en als laatste een gezellig etentje met een aantal collega’s.

Ik hoef de wekker niet meer te zetten, maar de eerste dag voelt nog wel onwennig aan.

Waar is het allemaal begonnen?

Mijn carrière begon als scheepsjongen bij de firma van Ommeren, op de toen heel grote binnenvloot. Na een tijdje als scheepsjongen te hebben gevaren werd ik matroos tot ik in militaire dienst moest om mijn dienstplicht te vervullen.

Na mijn diensttijd kwam ik weer terug bij van Ommeren en ging de interne opleiding doen voor motordrijver. In mijn diensttijd had ik deze cursus al schriftelijk gedaan bij het Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart. Maar er diende een aanvullende cursus gedaan te worden die was bedacht voor de motordrijvers op de eigen schepen.

Na deze opleiding werd ik geplaatst op diverse schepen van de rederij. Ik was aflosser. En zodoende leerde ik met de meest ouwe troep om te gaan. Toen ik dit onder de knie had kreeg ik mijn eerste duwboot, de Waterhoen.

Hier heb ik ca 8 maanden op gevaren en toen werd ik motordrijver op het vlaggenschip van de vloot de Watervogel.

Na wederom 8 maanden moest ik mij melden op de Sicilia

waar ik inmiddels gepromoveerd was tot bootsman-motordrijver. Na ruim een jaar op de Sicilia kwam het verzoek of ik mee zou willen met de gasschepen naar de dochteronderneming Chemgas. Dat betekende wel weer een promotie en wel naar eerste stuurman. Na een tijdje op de diverse duwbootjes en gasschepen te hebben gepionierd kreeg ik mijn vaste duwboot en wel de Etna

gelijk weer een van de grootste duwboten die ze voorhanden hadden. Daar werd ik opgeleid voor kapitein. Inmiddels had ik verkering gekregen en er waren serieuze trouwplannen. Er was alleen geen woning voorhanden. Deze werd gevonden in Deventer en was een “fraai gelegen appartement op de derde verdieping.” Dus werd er getrouwd en naar Deventer verhuisd. Wij kenden daar niemand en hebben alles zelf moeten uitvinden.

Na een poosje kregen we de mededeling dat er een kindje op komst was. En dat was wel weer een ander hoofdstuk. Omdat Lia bijna niemand kende, en ik met het eerste kind op komst, was het wel zo aangenaam als ik wat dichter bij huis werk zou vinden. Dat werd gevonden in de vorm van proces operator in de drie ploegendienst bij Nefit.

Dat werk heb ik 3 jaar gedaan maar ik was in die tijd wel erg vaak ziek. Ik had een allergie opgelopen van een stof waar ik mee werkte. Dus ik moest binnen Nefit ander werk gaan doen en werd orderpicker in het magazijn gereed product.

Ik kreeg daar dagdienst en via de toenmalige WAO kreeg een toeslag, maar dat werd van lieverlee steeds minder. Beter betaald werk zat er aan de wal niet in, dus werd er besloten dat ik weer ging varen. Wij hadden inmiddels twee kinderen. Ik ging varen op de Bodensee een stookolie tanker van 1100 ton.

Ik was daar aflos kapitein en soms ook stuurman. Het was 20 dagen varen en 10 dagen thuis. Na elf maanden was hij failliet en stond ik weer aan de wal.

Maar weer eens een uitzendbureau opgezocht en me in laten schrijven. Na twee weken kreeg ik bericht dat ik als nachtportier in het St. Jozef kon beginnen. Dat was een heerlijke baan ’s Avonds om 23.00 uur beginnen tot 07.00 uur ’s morgens. Daar een leuke tijd meegemaakt en dit 2 x over een half jaar gedaan. Toen mocht het niet meer, volgens de toen geldende wetten. Maar er was nieuws ik kwam bij Kluwer terecht als derde man voor de functie als koerier/postjongen. Helaas voor maar 27 uur per week en waarschijnlijk geen vaste baan. Dat betekende werk er bij zoeken voor een paar uur per dag. Ik kon beginnen bij en bedrijfje in zonweringen en kunststof kozijnen. Mijn taak was het vervaardigen van jaloezieën. Na 3 maanden was het gebeurt en er was geen werk meer, ik was tenslotte oproepkracht. Ik kon gelijk beginnen als taxichauffeur bij Harrie Brinkerink. In het weekend op de taxi en door de week bij kluwer.

Het ging niet goed met Harrie, hij moest het bedrijf van de hand doen en wij werden incluis auto’s overgenomen door taxi Rietman in Deventer. Na een paar weekendjes op de taxi te hebben gepionierd kreeg ik een route om sperma te gaan rijden. En wel voor een beroemde stier van het KI station te Harfsen. De stier heette Sunny Boy en was wereld beroemd, er reden elke avond 3 taxi’s voor het dier. 1 had de route naar Noorddijk bij Groningen, de tweede had de route naar Avenhorn in de buurt van Alkmaar en numero 3 reed een naar Dongen in Brabant. Tijdens deze route moest er gemiddeld bij 5 KI stations onder weg een fles met rietjes afgeleverd worden. Deze rietjes zaten in een thermosfles en werd in een koelbox in de auto gezet. De gemiddelde route was ca. 500 km, en om 17.00 uur vertrekken en dan was je als je een beetje door kon rijden om 22.00 uur weer terug. Ik heb alle 3 de routes gereden en kreeg toen mijn vaste route naar Brabant. Vertrekken uit Deventer naar Tiel, eerste KI station, door naar Dongen tweede KI station dan naar Hoornaar Ki station nummer drie, dan bij Schoonhoven met het pontje over naar station nummer 4 Gouda, en dan nog 120 km naar Deventer. We hadden alle sleutels van de diverse KI stations in de auto, dus dat was aankomen, openen en de fles in de koelkast. Op een keer stond ik al in Tiel en toen bleek dat ik de sleutels nog thuis had hangen, dus deze rit duurde 1 ½ uur langer.

Op een dag lever ik na mijn route mijn urenlijst in bij mw. Rietman. Deze zat pontificaal achter bureau vanwaar ze alle taxi’s in Deventer aanstuurde. Er omheen zaten een aantal taxichauffeurs van haar die haar verwenden door koffie te halen uit haar eigen automaat tegen betaling van een kwartje. Kopje koffie mw. Rietman? En dan ging daar weer zo’n bruinwerker, kwartje betalen in haar automaat, jonge jonge wat waren ze royaal. Ik zeg “die urenlijst komt wel bij de boekhouder hè?” waarop het antwoord kwam dat dit niet ging gebeuren daar de boekhouder op vakantie was. “Dan geeft u het toch aan zijn vervanger.” Was mijn antwoord. Het bleek dat er geen vervanger was. Waarop ik de kring met bruinwerkers eens rondkeek en zei: “Dus als ie tijdens de vakantie doodgaat, zitten wij over een tijdje elkaar hier aan te kijken van de gele honger!”. Dat werd niet gewaardeerd. Ik zei nog dat mijn rekeningen niet met vakantie gaan en dat mijn vrouw en kinderen ook wel een boterhammetje lusten. Het antwoord hierop was: “Dan ben ik bang dat ie maar op een houtie moet bieten”.

BOEM daar ging bij mij het licht uit. En ik sprak toen de legendarische worden: ”Dan ben ik bang dat dit einde dienstverband is, ik rijdt geen meter meer voor u, alleen nog uw lijkwagen”. Vervolgens ben ik vertrokken. De bruinwerkers spierwit achterlatend, want dat kon je toch niet zeggen. Later sprak ik nog zo’n figuur en die vertelde dat ik wel lef had gehad om dit te doen. Ik zei dat dit niets met lef te maken had, ik wilde gewoon mijn salaris, voor geleverde diensten. Punt uit.

Dit was op een donderdag en op de daarop volgende maandag was ik al weer aan het werk bij ISS een groot schoonmaakbedrijf. Na 2 weken te hebben schoongemaakt werd het kantoor leeggehaald en kwam er een andere klant in. Computer 2000 en dat was weer een Kluwer bedrijf waar ik overdag de post bezorgde en haalde. Dat was ouwe jongens krentenbrood.

Na nog een poosje te hebben schoongemaakt werd mij een andere baan aangeboden bij Kluwer. Ik werd chauffeur op de koets. Dat was een klein vrachtautootje met laadklep, die mocht je nog met B rijbewijs rijden. Dus kon ik mijn schoonmaakwerkzaamheden – mooi scrabble woord- aan de wilgen hangen en dat heb ik ook gedaan.

’s Ochtends even vast ritje naar het magazijn om daar e.e.a op te halen en daarna meestal wat klungel werk. Vaak moest er thuiswerk weggebracht worden of weer opgehaald. We hadden 5 thuiswerksters in de omgeving wonen. Die deden de meest mailingen die niet met de machine ingepakt konden worden. Bijvoorbeeld als er een relatiegeschenk mee ingepakt moest worden. Dit varieerde van schilderijtjes tot fietslampjes. Er was toen nog geen halogeen c.q. led verlichting, die was men nog aan het bedenken. Tijdens halen en brengen was het vaak uitgebreid koffie drinken en bij kletsen met de dames thuiswerksters. Dat was altijd zeer gezellig.

Ook werd de koets vaak ingezet voor privéklussen. Soms was ik daar drukker mee dan met het gewone werk. Eens gebeurde het dat ik op een maandag met een leidinggevende mee moest naar zijn huis. Daar bleek dat hij de tuin gesnoeid had. Daar moest het overgebleven groenafval in de koets geladen worden. Nou in ieder geval ruimte zat. Toen op naar de gemeentewerf en daar gestort. Eerst gewogen natuurlijk, schrijf maar op divers afval, zeiden wij tegen de gemeentemedewerker. Want als de baas rekeningen kreeg waarop stond dat er een paar kuub groenafval was gestort was het ook weer niet goed. Want we hadden tenslotte een tuinbedrijf in dienst en die regelde zelf de afvoer. Ik herinner me nog dat wij verhuisd waren naar een benedenwoning, en dat daar het dak van de bijkeuken lekte. Eerst maar eens een beunhaas opgezocht die het wel dak wel opnieuw wilde dekken. Maar toen kwam het, al het grind moest eraf!

Goede raad is duur, maar niet altijd. Mijn leidinggevende had de oplossing: neem een paar postzakken mee in een postcontainer en dan vul je die zakken met het grind. Toppie, maar er moest daarna ook nog een deel bitumen van het dak gehaald worden. Geen nood, er werden weer postcontainers aangevoerd. Deze werden geladen met oud dak en grind en op een goede dag weggebracht. Schrijf maar op divers afval, was weer het code woord. Maanden later komt de boekhouder van onze afdeling bij mij en vraagt: ”Heb jij bitumen bij de gemeentewerf gestort?” Ontkennen was geen optie. “nooit meer doen, ik werk het wel weg op papier.” Bedankt Tonneman, ik zal je herdenken in mijn gebeden.

Zo werden de postcontainers voor allerlei zaken misbruikt. Op een goede of zo u wilt een minder goede dag, komt er een rechercheur van de PTT, en die wil de postcontainers tellen. Wij allemaal moeilijk doen maar hij had er toestemming voor, dus ga je gang maar. Hij tellen en komt op een aantal dat ver boven de toegestane hoeveelheid uitkomt en briest dat de postcontainers die teveel zijn direct opgehaald gaan worden. Wij zijn er een beetje beduusd van. We hadden ze zo hard nodig. Ik wist de oplossing, ik ga gewoon naar het postkantoor en haal gewoon weer tien postcontainers op. Op het moment dat ik de laadklep dicht doe staat Henk B van de post er met zijn welbekende rode autootje zijn laadklep open te doen. Hij moest de overgebleven postcontainers ophalen. Bij het postkantoor aangekomen zie ik Appie van E en vraag hem of ik wel tien postcontainers mocht hebben, “al wou je er twintig, ze staan daar. Wacht ik help je even.” Op het moment dat wij de postcontainers aan het inladen zijn komt daar de bekende rode postauto van Henk B aangereden. “Zo mannen, druk bezig?” ja dat waren wij en na nog wat geouwehoer ging ik weer terug met mijn postcontainers. Zo hielden wij elkaar bezig. Ik kan wel zeggen dat ik een goede band had met deze mannen, want als er wat geregeld moest worden dan kon dat ook. En dat was wederzijds.

Ook was er vaak oud kantoormeubilair over. En daar was de koets dan ook weer goed voor. Ik ben zo ongeveer bij heel Kluwer over de vloer geweest, om dit of dat af te leveren. Op een dag ben ik druk in de weer met een of ander klusje, toen mijn mobiel ging. De afdelingsbaas hemzelf. Of ik maar even naar een meubelzaak in de binnenstad wil gaan, want de directeur had in de opheffingsuitverkoop een eettafel gekocht en die paste niet achterin zijn directiewagen. Dus was de koets er weer goed voor. Altijd leuk dit soort klussen, met de koets de binnenstad van Deventer in en parkeren waar dat eigenlijk niet kon. Maar de hoge heren van Kluwer hadden goede relaties met de overheid en die knepen dan wel weer een oogje dicht. Winkel ingewandeld en daar stond de directie al te wachten.

Tafel ingeladen en afgedekt met verhuisdekens en zeevast gesjord en op naar Diepenveen. Ik had altijd en paar verhuisdekens in de koets, voor dit soort voorvallen, en die kwamen nogal eens voor. Tafel afgeleverd en bij het weglopen wordt er een briefje van 25 gulden in mijn hand gedrukt. Dat zijn dan de leuke extraatjes, als je niets kreeg was het ook goed maar zo het was dan ook wel leuk.

Ook leuk was dat ik het beheer had van een grote hal op het industrieterrein. Daar werd van alles en nog niks opgeslagen. En het meest lag er al jaren. Zo ook een pallet met een van de eerste soort druktoetstelefoontjes. Die waren ooit eens opgestuurd door een dochterbedrijf van Kluwer na eerst te zijn behandeld door een thuiswerker die ze in een enveloppe had moeten stoppen met de begeleiding van een kwartje. Want het gesprek moest betaald worden door het dochterbedrijf. Er bestonden nog geen 0900 en 0800 nummers. Deze stonden al jaren in de weg en nu mochten ze afgevoerd worden. Ik had er eentje meegenomen om te proberen. Ik probeerde mijn moeder er mee te bellen, maar al wie ik aan de telefoon kreeg niet mijn moeder. Wel de rest van de wereld.

Toen nog maar eens een paar van die dingen uitgeprobeerd en geen van allen deed wat ie moest doen, het goede nummer bereiken. Ik kreeg er volgens mij wel het Kremlin mee aan de lijn maar niet Oud-Loosdrecht.

Dus werd besloten het spul maar te vernietigen bij de gemeentewerf.

Pallet in geladen en op naar de stort.

Daar aangekomen het hele spul met pallet en al in het gat gedonderd.

"Wat zijn dat?" vroeg de werfbaas, "dat zijn telefoons."

En binnen de kortste keren werd de pallet uit het gat gehesen en weer op de kant gezet.

En overal kwamen mensen van de gemeente vandaan en een ieder liep weg met enkele telefoons.

Wat hebben wij gelachen, ze krijgen de hele wereld aan de lijn behalve het nummer dat ze bellen, wij lagen dubbel.

Zo moest ik ook vaak oud papier wegbrengen.

Dat had mijn voorganger uitgevonden, dat ging dan naar de papier fabriek in Eerbeek en daar kregen we dan een paar centen voor en dat was dan weer voor de afdeling.

Nu mocht ik niet zwaarder zijn dan 3500 kg geladen, maar ik heb diverse keren op de weegbrug gestaan dat het wat meer was. Het record was geloof ik iets van 5700 kg.

En dit was nog de oude koets, zonder stuurbekrachtiging.

Dan moest ik in de fabriek op de plek manoeuvreren, ik kreeg er lange armen van.

Op een keer moest ik ook bij de krant – die was toen ook van Kluwer- oud papier ophalen. Dat konden wij gelijk op de lopende band gooien en dan kwam het in de rommelpot en werd het gerecycled.

Wat ik niet wist was dat ze ook het oude fotoarchief hadden opgeschoond en dat tussen het oud papier hadden verstopt.

Hopen negatieven kwam ik tegen, gauw wat papier er over heen zodat de machinevoerder het niet zag. Mooi klus geklaard en weer op huis aan.

Later kregen de bazen op hun falie omdat er teveel plastic in zat en dat kwam de kwaliteit van het papier niet ten goede. Een beetje kon geen kwaad en een paar nietjes ook niet, maar dit was teveel van het goede.

Kluwer zat in mijn beginperiode door de gehele stad heen, er reden 3 kleine postautootjes, VW bus, een Mercedes Vito en dan nog de koets. De Mercedes reed de route door het land, langs alle Kluwer vestigingen. Het was begonnen met alleen een ritje naar het Fokkergebouw in Amsterdam zuid waar Wolters Kluwer een paar etages huurde. Daar ben ik Erwin Krol nog diverse keren tegen gekomen, die werkte toen bij Fokker als weerkundige. Later is het hoofdkantoor verhuisd naar de stadhouders kade. Dat werd toen geopend door prins Bernhard. Weer later gingen ze naar een pand aan de Apollo laan tegen over het Hilton.

De route was eerst naar Amersfoort dan naar Amsterdam door naar Amstelveen en verder naar Aphen a/d Rijn waar na koers werd gezet naar Dordrecht dan verder naar Houten en als laatste adres de eerste dus weer Amersfoort en dan terug naar Deventer. Daar was je de hele dag mee bezig, dus als je een beetje mazzel had was om 16.00 uur weer terug.

Verbouwing.

In 1997 werden we overgenomen – het post en dienstencentrum, waaronder repro enz.- door Mailprofs. Inmiddels was er ook een nieuw kantoor gebouwd, de leeuwenbrug en dat werd bijna compleet gehuurd door Kluwer. En daar werd ook een postkamer ingericht. Ook werd daar de verkoop/uitgifte van kantoorartikelen gedaan. Ik moest dit allemaal met de koets bevoorraden. De eerste keer was het leukst. De kantoren werden nog ingericht en ik moest daar een pallet wc papier afleveren. Architecten zijn aardige lui en weten best wel eens een leuk kantoor te bedenken, maar geen van deze ontwerpers had rekening gehouden met de bevoorrading van het kantoor. Want daar stond ik, voor de dienstingang met een pallet wc papier, voor een drempel van 20 cm hoog. Hoe krijg je daar in vredesnaam een pompwagentje overheen?

Gelukkig waren er onze eigen verhuizers in het pand en die hadden dit soort flauwekul al eerder meegemaakt en hadden voor ons een soort van loopbrug te leen zo dat deze hobbel ook genomen kon worden. Het heeft nog een half jaar geduurd, voor dat er definitief wat veranderd was.

Later werd ik van de koets afgehaald en diende mijn kunsten te vertonen in de postkamer, dit was een leuke tijd. Tot dat ik problemen kreeg met mijn toenmalige manager. Ik mocht er niet meer komen en diende vervolgens mijn kunsten te vertonen op de Mercedes Vito. Want ik was lastig en dat konden ze niet om zich heen hebben.

Ik was in die periode alweer 12 ½ jaar in dienst. Daar kreeg ik een mooie brief over met de vermelding dat ik een maandsalaris extra kreeg. Dat is mooi meegenomen dacht ik. Een collega had ook zo’n brief gekregen en zei dat dit fout was het was maar een half maandsalaris. En toen er gestort was bleek dat inderdaad het geval. Dus heb ik met het hoofdkantoor gebeld met hrm. De zaak uitgelegd en ik kreeg als antwoord dat de brief fout was het moest inderdaad een ½ maandsalaris zijn. Ik zei dat ik daar niet mee akkoord ging omdat ik e.e.a. zwart op wit had. Maar daar hadden ze geen boodschap aan. Het idiote aan deze toestand was dat er helemaal geen vervolgbrief kwam met een eventueel excuus. Ik heb ze nog voorgesteld om met de pet rond te gaan, maar daar kreeg ik wederom de wind van voren, fijn bedrijf. Dus kon ik me enkele dagen daarna gaan melden bij de regiomanager. Waar of ik wel niet mee bezig was? Schei uit, doe gewoon zei ik, dit is grote flauwekul ik ga er mee naar de vakbond. Toen werd de toon op eens heel anders. Ik mocht dan met mijn echtgenoot wel een keer uit eten. Wel op een doordeweekse avond en ik mocht het niet te gortig maken. Het bonnetje kon ik bij Henk F inleveren.

Niet kort daarna werd er tegen de afdeling gezegd dat wij niet om vijf uur naar huis mochten.

Wij moesten blijven en er zou voor soep en broodjes gezorgd worden.

Nadat wij ons gelaafd hadden aan de soep en broodjes zwaaide de deur open en daar kwam een legertje grijze pakken binnen -over bedrijfskleding gesproken-. Wij vernamen dat wij op zeer korte termijn in dienst waren van Océ. Er werd e.e.a. uitgelegd en daar was het wat minder formeel. Ik kwam met mijn leidinggevende en een manager te zitten nadat wij ons hadden voorgesteld werd er gevraagd welk werk ik deed binnen de organisatie. Dat was snel uitgelegd en er werd meegedeeld dat ik vanaf donderdag -het was op een dinsdag- weer aan de leeuwenbrug zou zitten. Ik zei dat de managers van Mailprofs daar niet gelukkig van zouden worden. Dat bleek ook niet nodig want deze meneer vertelde dat hij mijn nieuwe manager was en vanaf nu de dienst uitmaakte. Mooi dat was dan weer geregeld.

In die tijd werd mij telefonisch meegedeeld, tijdens mijn werk aan de Leeuwenbrug – dat ik opa ging worden. Wel humor, wordt je door je collega’s gelijke ouwe genoemd. Dat was aan boord ok alleen bedoelde men daar de gezagvoerder mee.

Na een tijdje kwam mijn manager langs en die vroeg of ik er oren naar had om koerier te worden bij het toenmalige ROC Aventus. Hij wist niet wat deze functie inhield. Dat zou de manager die ROC Aventus onder zijn hoede had wel uiteggen.

Deze kwam en vertelde dat de koerier van ROC Aventus plots was overleden en dat deze werkzaamheden nu onder gebracht waren bij Océ.

Het betrof twee rondes per dag langs alle scholen, en dat waren er toen nog wat. Ik mocht zelf bepalen hoe ik e.e.a. in elkaar zou zetten.

Er waren een paar restricties. De post moest om 16.00 aan het postkantoor afgeleverd worden. De post in Apeldoorn met bij behorende ronde werd door een koerier in Apeldoorn gedaan.

Ik zorgde uiteindelijk voor de externe post in Deventer. De interne post ging wel heen en weer naar Apeldoorn met mij.

Na de ochtendronde, waarvoor ik eerst naar het postkantoor ging om het op te halen, werd mijn werkterrein de repro in Apeldoorn.

Ik had toen nog weinig verstand van repro werkzaamheden.

Ik leerde er boekjes maken, kopiëren en nog veel meer, tot aan digitale documentverwerking toe.

Maar om 13.00 uur was het feest weer voorbij en ging ik naar de scholen in Zutphen. Dan door naar Deventer en einde route was postkantoor businessbalie. En dan weer terug naar de Singel waar de auto werd gestald voor de nacht.

Het was niet alleen post wat ik vervoerde. Ook werd het busje ingezet voor allerlei andere doeleinden, zolang de rondes maar geen gevaar liepen, want dat was prioriteit nummer 1.

Van alles heb ik vervoerd van geraamtes en kunstarmen, waar de leerlingen op leerde spuiten, tot aan honderden beeldschermen die vervoerd moesten worden. Deze werden vervangen door platte beeldschermen. Al deze handel ging naar de opkoper. Maar ook meubilair in allerlei soorten en maten. Gijs en de bus waren overal goed voor.

Op een keer kwam ik bij een school en daar loopt een chagrijnige conciërge, met een waterkoeler onder zijn armen richting afvalcontainer.

Ik vroeg hem of hij dat ding ging weggooien. Waar op hij “ja” zei.

“is dat ding dan kapot?” was mijn wedervraag. Dat ding bleek niets te mankeren, maar hij grompelde wat van dat ie in de weg stond.

Of ik hem dan mocht hebben want de fles die er op zat was zo gevuld thuis en een goed glas koud water is nooit weg. Ding thuis geparkeerd en de fles gevuld en ja hoor in no time heerlijk koud water.

De volgende dag kom ik weer bij deze school en daar komt de hoofdconciërge op mij af. En die verteld dat die hele koeler niet weg had gemogen. Dat was een verkeerde solo actie van de man, die er af en toe eens liep, en vond dat die koeler hem in de weg stond.

Waarop een andere conciërge zegt “Maar ik heb nog wel een andere veur oe staan, die kun ie meenemen.” Die dingen stonden op papier en waren dus geregistreerd. Alleen dat ding wat ik als tweede apparaat mee kreeg, die stond niet geregistreerd. Ik heb er nog jaren plezier van gehad.

Toen kwam er een moment daar de nieuwe school klaar was en er verhuisd diende te worden. Deze nieuwe school zou alle scholen in Apeldoorn vervangen en elke opleiding/school kreeg een eigen gedeelte in de school met allemaal een eigen receptie. Deze mocht de sectoren zoals ze nu werden genoemd dit allemaal naar eigen wens inrichten. Wij moesten daar de interne postronde gaan lopen en in plaats van twee postrondes per dag werd dit teruggedraaid naar één postronde per dag. Ook werd de bus in beslag genomen en daar voor in de plaats kregen wij een kleine bestelauto.

Zie maar dat je het redt. Dit had één voordeel, grote klussen met veel vervoeren ging niet meer zo simpel. Van af toen moest er over nagedacht worden en ik verkocht dan ook vaak nee.

Er was voor mij ook een nieuwe taak ik moest meelopen op de repro en wij kregen ook het hele kopieermachine park wat in de gangen en op kantoren stond onder onze hoede.

Om 12.30 begon ik dan aan de postronde, eerst naar Zutphen en dan door naar Deventer. Met een beetje geluk was je dan weer om 15.00 uur terug en kon je er gelijk de interne middagronde achteraan lopen.

Tijdens de ronde evt. wat kleine storingen oplossen aan de gangmachines of wat toner bijvullen.

Want om 16.00 uur werd de post weer opgehaald en naar het postkantoor gebracht.

In het begin werd de post nog gebracht door post.nl, bij de expeditie ontvangst goederen.

Dat was altijd ’s ochtends om 08.00 uur. Ik was daar meestal iets eerder.

Op een ochtend maakt één van de heren zijn brooddoos open en wil gaan ontbijten. In de brooddoos ligt een gekookt eitje. Arnold ziet dat en zegt: ”weet je nog hoe wij die altijd pelden?” Waarop Bertus antwoord: “nou en of. Zullen we het nog eens doen?” Arnold wilde dit wel en Bertus gooit hem het gekookte eitje toe. Arnold gooit het eitje naar Bertus en deze kopt hem terug. Met dat het eitje op zijn hoofd komt brak dit open en de gele struif loopt over Bertus zijn gezicht heen en drupt op het toetsenbord van zijn computer.

Mij kon je bij elkaar vegen, want ik kwam niet meer bij. Arnold zegt nog heel droog ”jij hebt toch altijd een hardgekookt eitje?” waarop Bertus antwoord “Ja dat wel, maar ik had vanmorgen haast.” Wij kwamen niet meer bij, en dat op de vroege ochtend.

Later werd de post gebracht door een ander bedrijf en kregen wij de post ook gelijk op de afdeling.

Op een mooie dag kwam mijn operational manager bij mij en vertelde dat hij mij, dat ik werd overgeplaatst naar Amersfoort. Naar de firma Stater. Dat is een dochteronderneming van de ABN/AMRO. En dit bedrijf zorgt voor de hypotheekadministratie van een heleboel banken; geldgevers genaamd.

Daar zou ik de postkamer en verder voorkomende werkzaamheden gaan verrichten. Hier werden ook de hypotheekbrieven geprint die naar de klanten gingen. Dit was een high tec gebeuren. Iedere brief werd diverse malen gefotografeerd en dan wist de desbetreffende bank dat zijn klanten de mailing ontvangen hadden. Dit werk was prima te doen ware het niet dat ik elke ochtend vroeg mijn bed uit moest om met de trein mee naar Amersfoort te gaan. Op zich is dat niet vervelend. Maar het kantoor bevond zich in de wijk vathorst, dus dat betekende in Amerfoort overstappen op het boemeltje naar Zwolle ne 2 stations verderop er uit stappen en de laatste kilometer lopen naar kantoor. Met de trein van 07.15 naar Amersfoort en om 08.30 stapte je dan het kantoor binnen.


Kon je gelijk aan de bak. ’s Avonds in omgekeerde richting. Om 16.30 vertrekken en dan flink doorstappen want het boemeltje ging om 16.37 en dan maar hopen dat het niet waaide, sneeuwde of dat er weer eens een springer ergens voor de trein lag, want anders was je niet op tijd thuis. Ik werkte daar net 2 weken en kwam aan in Deventer en ging op weg naar mijn fiets. Deze had ik buiten de stalling aan de wereld vastgezet. Nergens meer mijn fiets te bekennen. Dus op naar de fietsenmaker en een andere fiets uitgezocht. Deze vertelde dat er van mijn slot wel duizenden lopers in omloop waren en dat mijn fiets waarschijnlijk met een loper opengemaakt was. Ook al om dat er geen restanten slot lagen.

Dit reizen was erg vermoeiend. Na een tijdje moest ik een operatie ondergaan, niets bijzonders een puur technische kwestie. Tijdens mijn herstel hoor ik dat de repro in bij ROC Aventus zou worden opgeheven. De bedoeling was dat er twee mensen van canon zouden mogen blijven voor post en koerierswerkzaamheden. Ik grompelde tegen mijn collega die eigenlijk niets had mogen zeggen, omdat e.e.a. nog erg prematuur was, dat ik dan net weer buiten de pot pieste. Toen werd het stil en hij vertelde mij op voorwaarde dat ik er voorlopig geen ruchtbaarheid aan zou geven dat het hoofd facilities al gevraagd had of ik terug zou kunnen komen.

Hoi hoi, dat leek mij wel wat. De reden was dat geen van de conciërges van de postbezorging en koeriersdienst, kaas hadden gegeten. En ik kon volgen het hoofd facilities, goed met iedereen overweg en wist van de hoed en de rand. Dit alles speelde zich af eind december 2014.

De repro zou per 1 maart 2015 worden overgeplaatst naar Zwolle. Ik zou dan gaan beginnen, maar alles wat er overgeplaatst werd was niets. Het werd weer een maand vooruit geschoven en weer een erbij, toen werd het over de vakantie heen getild en eindelijk per 1 oktober 2015 was ik gedetacheerd bij ROC Aventus . 15 oktober lag ik weer op de ok voor weer een nieuw matje in de buik, nu kamerbreed. Dat herstel duurde ook nog even. En daarna volledig opgenomen in de club van conciërges.

Tot aan mijn pensioen in april 2017 heb ik daar ook een geweldige tijd gehad. En een fantastisch afscheid van zowel canon al ROC Aventus.

Later kreeg ik van mijn allerliefste echtgenote ook nog eens een daverende surprise party.

En nu is het klaar.










Fill in only if you are not real





The following XHTML tags are allowed: <b>, <br/>, <em>, <i>, <strong>, <u>. CSS styles and Javascript are not permitted.